Nov 30, 2000
Ziek
Toen ik in 1991 van de Havo kwam, besloot ik te gaan studeren in Utrecht. Een kamer vinden bleek schier onmogelijk. Via via kon ik een aantal weken wonen bij een kennis van een kennis. Mijn held bleek een zeer vriendelijke doch stoere iets oudere man. Zijn vrouw was overleden en hij woonde alleen in een ruim appartement. Hij was ziek. Zo ziek dat zijn gezichtsvermogen nihil was. Wat voor ziekte hij had, bleef in schimmen gehuld.
In de weken dat ik daar woonde probeerde hij mij [tevergeefs] te motiveren lid te worden van een roeivereniging, hij had zelf altijd geroeid, was bestuurslid geweest en was nog steeds erelid. Een echte kerel. Hij had een levensgroot schilderij van zijn overleden vrouw in de kamer hangen. Hij aanbad haar. Hij bekende me dat het ergste van zijn blindheid was dat hij dat schilderij niet meer kon aanschouwen.
Jaren later hoorde ik dat hij was overleden aan AIDS. Hij was regelmatig gespot in de homobuurten van Amsterdam en had blijkbaar een keer onveilige sex gehad. Hij schaamde zich vreselijk voor zijn geaardheid en voor zijn ziekte. Ik dacht aan de keren dat ik hem de hand had geschud, maakte me zorgen en schaamde me.