Mijn obligate recensie van De Hondenkoning
Posted on October 15th, 2004 | Filed under Blogger Archives | No CommentsLaat me in de eerste plaats zeggen dat ik oprecht trots ben op Walter. Zo voelt dat. Walter hoort bij het old boys network van de Nederlandse weblogwereld en ik heb met hem al jaren een zeer beperkt doch vriendschappelijk contact via email. Meestal blijft het bij een korte uitwisseling, waarin iets aardigs wordt geroepen over de wederzijdse weblogs. Nu is hij een �echte� schrijver, iets waar toch alle makers van een weblog in meer of mindere mate over gedroomd hebben. Fantastisch.
Zijn weblog behoorde heel lang niet tot mijn favorieten. Niet omdat ik zijn teksten niet goed vond, maar meer omdat ik te weinig onthaast was om teksten te lezen die langer waren dan een alinea. In die tijd las ik ook geen boeken. Soms vond ik zijn werk ook wat te gekunsteld, te gemaakt. Pas de laatste jaren ben ik in toenemende mate fan geworden van zijn schrijfsels en ben ik zijn briljante verborgen humor en warmte gaan zien en waarderen. Ik weet niet of het komt door zijn intrinsieke groei of de mijne, maar heden ten dage is zijn weblog vaak het eerste dat ik �s ochtends lees.
Dat wat betreft de context. De vraag is nu: ben ik objectief genoeg om een objectieve recensie te schrijven? Ik sta me er altijd op voor een onafhankelijke mening te hebben, dus ik waag een poging.
De Hondenkoning beschrijft de tien laatste dagen van december uit een willkeurig jaar uit het treurige en onthechte leven van Eug, een zeventwintigjarige man uit Osdorp. De sexueel gefrustreerde Eug is een klassieke antiheld, een loser. Hij heeft geen vrienden, geen leuke baan, een afstandelijke relatie met zijn moeder en is heimelijk geobsedeerd door alles wat vrouwelijk is. Zijn vroeg volwassen buurmeisje van veertien en een bureauredactrice op zijn werk staan bovenaan de lijst van zijn obsessies.
Eug werkt op de afdeling automatisering van een kantoor in Alphen aan den Rijn. Vroeger werkte hij op Sloterdijk, maar hij is blijven hangen na een klusje. Eug brengt de tijd door met het mathematisch scannen van zijn omgeving, het voor de zoveelste keer kijken naar Jaws, het spelen van (online) computerspellen, masturberen en �hangen� met Danny, een jongen die hij nog kent van school en die -bij gebrek aan beter- vaak zijn gezelschap vormt.
�De Hondenkoning� is de complimenteuze titel die Eug ooit ontving voor de wijze waarop hij het hart van een voor anderen onbenaderbare hond voor zich wist te winnen. Ogenschijnlijk een van de weinige complimenten die Eug ooit ontving. De boodschap is duidelijk: deze enigszins contactgestoorde man doet het bij dieren beter dan bij mensen.
Het nihilistische De Hondenkoning poogt ons niet op doorzichtige wijze aan het denken te zetten. Het gaat op het eerste gezicht helemaal nergens over en kabbelt voort. De Hondenkoning is daarmee helemaal van Nu. Ongelaagde literatuur voor de Generatie Niks. Het nihilistisch voortkabbelen nodigt echter continue uit tot doorlezen. Dat is knap. Dat is de gave van een schrijver die ons niet met de spanning van de verhaallijn, maar met zijn talentvolle schrijfstijl tot het einde weet te boeien.
Ja, De Hondenkoning doet bij vlagen denken aan De Avonden van Gerard Reve (zie De Avonden versus De Hondenkoning). De Hondenkoning is echter niet De Avonden en probeert het ook niet te zijn. Het boek staat wel vol met (onbedoeld) Reviaanse beschrijvingen die symbool staan voor de leegheid van het bestaan:
�Ik draaide aan de kraan, en er kwam water uit. Ik keek een tijdje naar het lopende water. Daarna draaide ik de kraan weer dicht.�
Eug ontbreekt het echter aan de botte kritiek die Frits Egters in gedachten de wereld in smijt. Dat is waarom de vergelijking slechts gedeeltelijk opgaat. In De Avonden hecht je je aan de hoofdpersoon omdat je kunt meekijken in de tweede dimensie van zijn cynische gedachten die zo vaak afwijken van zijn feitelijke uitspraken.
In De Hondenkoning is er nauwelijks een tweede dimensie, daar is Eug niet toe in staat. Dat is ook wat het boek zo verontrustend maakt: je leert Eug nooit echt kennen al lijkt hij soms een poging te wagen iets van zichzelf te laten zien. Er is, ondanks vele tegenslagen, nauwelijks sprake van enige emotie bij de hoofdpersoon van De Hondenkoning. Tot op de laatste pagina vroeg ik me af wanneer er iets zou knappen en Eug zich zou ontpoppen als seriemoordenaar. Laten we eerlijk zijn: het is geen leuk verhaal. Ja, de waarnemingen van Eug zijn kurkdroog en nodigen uit tot lachen. Maar het lachen is vaak leedvermaak om een tragisch en onpersoonlijk karakter dat het zelfs nauwelijks gegund is een apotheose te beleven in het boek dat zijn leven beschrijft.
In sommige recensies las ik dat er mensen zijn die het boek graag wat dikker hadden gezien. Dat is een compliment, maar ik deel die mening niet. Het leven van Eug is na 141 pagina�s al volkomen doorgelicht. Meer tekst zou overbodig en zinloos zijn. Zelfs binnen dit beperkt aantal pagina�s is er ruimte genoeg voor beschrijvingen en opsommingen die ogenschijnlijk niets met de verhaallijn van doen hebben, maar wel mede de ongemakkelijke sfeer bepalen. Daarnaast zijn er andere voordelen. Nu nodigt Walter zelfs de meest ondermaatse scholier uit De Hondenkoning op zijn boekenlijst te zetten.
Ik heb me zeer vermaakt bij het lezen van De Hondenkoning, maar had iets anders verwacht. De warmte waarmee de teksten van Walter mij vaak omringen, ontbreekt bijna volledig. De Hondenkoning verdient het echter op zijn eigen merites beoordeeld te worden en dan kan ik alleen maar concluderen dat ik uitkijk naar zijn tweede boek. De kwaliteit van De Hondenkoning prikkelt en bezorgt me het gevoel dat er nog veel meer in het vat zit.















